historie: Toon Joosten

Toon Joosten

Toon Joosten (1910-1989) groeide op in het gezin van Janus Cuijten aan de hoge Mierlose brug over het Eindhovens Kanaal. Zijn tweede vader was één van de eersten die zich aan de beoefening van de wielersport had gewaagd. Het jonge Toontje was al heel vroeg even enthousiast als zijn vader. Ook hij kreeg de wielermicrobe te pakken. Met zelf gespaard geld werd er voor 25 gulden een tweedehands fiets gekocht. Op een gewone fiets had al niemand uit de buurt tegen hem enige kans meer. In het café moest Toon zijn neus laten zien aan de boerenzoons uit de omtrek. Het café “De Cuijt” was voor hen een vaste pleisterplaats als zij naar het dorp of naar huis gingen. Toen hij in zijn eerste koersjaar met Pasen zijn eerste nieuwe pak met lange broek kreeg scheurde hij zijn broek en een dag later viel hij zijn knieën stuk. Hij wilde iedereen laten zien dat hij fietsen kon. In het voorjaar van 1929 mocht Toon Joosten (18) met Jantje van Lieshout mee naar zijn wedstrijd in Eindhoven. De nieuweling Joosten bleef in de wielen en zou derde worden achter de latere Tourrenner Gerrit van de Ruit. De derde prijs was een paar wielen met tubes. In 1931 werd hij in het nationale kampioenschap bij de nieuwelingen ondanks een val derde. Hij werd vijfde in Den Haag- Brussel en behaalde een eervolle derde plaats in de 245 kilometer lange Tour van Brabant. In 1932 werd hij vierde tussen de onafhankelijken in de Acht van Chaam. In datzelfde jaar won hij als amateur het kampioenschap van de “Vroolijke Sportbroeders”, de voorloper van “Buitenlust.” In die tijd dat de baansport bloeide was Toon Joosten een veel gevraagde renner. Toon onderscheidde zich toen vooral door zijn grote vechtlust. Nooit zou hij die wedstrijd op de Zandbaan in Geldrop vergeten waarbij hij de baan uitvloog in een hoge bocht. Met een sierlijke boog belandde Toon met fiets en al midden in een kippenren. Toons’ grote liefde lag echter op de weg. In 1934 was onze wielerclub “Buitenlust” opgericht. Toon stapte als één van de weinige renners over van de “Vrolijke Sportbroeders” naar “Buitenlust “ toen deze vereniging ophield te bestaan. Toon was de “Locomotief van Mierlo” die 37 jaren als amateur reed. Hij was alleen zondags present op de wedstrijden. Soms reed hij een blauwe maandag op de fiets in België. Maar voor de rest was het hard werken om de “kost” te kunnen verdienen. Alle wedstrijden werden uiteraard op de fiets bezocht. In Den Haag werd in 1930 in verband met de trams ‘s morgens om zes uur gestart. Dat betekende dat de deelnemers de dag daarvóór naar Den Haag fietsten, dan aan de wedstrijd deelnamen en vervolgens op de fiets naar huis reden. Toon Joosten werd desondanks vierde. De meeste seniorleden van onze vereniging kennen de Helmonder uit de periode na de tweede Wereldoorlog. Van de spannende trainingsritten van “Buitenlust” dat toen een bloeiperiode kende. In 1953 zou hij de avondcompetitie van onze wielerclub winnen. Hij heeft heel wat veteranenwedstrijden gereden. Meestal was hij één van de oudste deelnemers en waren er “mannekes” bij die meer dan twintig jaar jonger waren. Vooral met zijn demarrages keer op keer zaaide hij onrust in het peloton en daar genoot hij van. Als 43-jarige veteraan werd hij in1953 nog derde in het nationale kampioenschap op de weg over de Zeven Heuvelen. Toon Joosten stapte op het einde van de zeventiger nog steeds op zijn racefiets. De wedstrijden liet hij aan anderen over. Het liefst reed hij elke dag zijn vaste rondje. Toon kon altijd boeiend vertellen. Op de jaarvergadering van de vereniging maakte hij bijna altijd gebruik van de rondvraag. In zijn inleiding liet hij dan het bestuur en leden altijd een hele tijd gissen waarover de vraag zou gaan. In december 1989 kregen we bericht dat het oudste lid van onze wielerclub was overleden. Toon Joosten, een wielerlegende. (Uit: Clubblad Het Verzetje – Serie over Helmondse wielrenners. Tekst: Rien van Horik)