historie: Wim van de Meulenhof

Wim van de Meulenhof

In de serie over succesvolle Helmondse wielrenners mag Wim van de Meulenhof zeker niet ontbreken. In deze bijdrage kijken we terug op zijn wielerloopbaan met hoogten en dalen. Een verhaal van een klein “menneke” dat bij de jeugd vele overwinningen behaalde, vervolgens niet “echt” wilde groeien maar het later als boomlange coureur nog tot Nederlands kampioen bracht. De beginjaren Doordat een buurjongen aan wielerwedstrijden deelnam raakte Wim van de Meulenhof al op vroege leeftijd geboeid door de wielersport. Op zijn zesde reed het jongetje uit de Willem Prinzenstraat zijn eerste wedstrijd. Hij zou later ook nooit een andere sport beoefenen. “Ik ben als jeugdrenner begonnen bij de N.W.B. in het clubshirt van wielerclub D.T.S in Deurne. Op mijn achtste ben ik overgegaan naar de K.N.W.U. en lid geworden van Buitenlust” herinnert Wim zich. Op 24 maart 1975 werd de Helmonder tijdens de ledenvergadering aangenomen als lid. In zijn debuutjaar als achtjarige jeugdrenner boekte hij direct al dertien overwinningen. Veel jeugdrenners kende “Buitenlust” toen niet in Helmond. De meeste jeugdrenners kwamen in die periode uit de dorpen Lieshout en Erp. “Ik herinner me wel dat die renners uit Erp in een oude ambulance, met daarachter een aanhanger voor de fietsen, allemaal samen naar de wedstrijden gingen. Ik won in die eerste jaren regelmatig bij de jeugd” blikt Wim van de Meulenhof terug op die tijd. De jeugdronde van Lieshout won hij driemaal: In 1975 won hij bij de achtjarigen, in 1977 bij de tienjarigen en een jaar later bij de elfjarigen. In de jaren zeventig gaf “Buitenlust” het jeugdwielrennen nieuwe impulsen. Door bijvoorbeeld te starten met haar “Nationale Buitenlust Jeugdtoer” in Griendtsveen. Ook Wim van de Meulenhof (15-06-1966) heeft daar een aantal keren met succes aan deelgenomen. “Bij de jeugd ben ik wel een topper geweest” bekende de nu 1.93 meter lange renner, “Daar won ik eens zeventien wedstrijden in één seizoen. Van mijn dertiende af ging het echter bergafwaarts. Terwijl al mijn leeftijdsgenoten groeiden, bleef ik klein. Dat heeft me vooral bij de nieuwelingen opgebroken. Ik kon het verzet gewoon niet aan.” Als nieuweling, begeleid door het huidige UCI-jurylid Tijn Swinkels, was van de Meulenhof geen hoogvlieger. Op zijn verjaardag werd hij in 1981 nieuweling. In de jaren in deze categorie nam hij ook deel aan een aantal klassiekers waaronder de “Omloop van Tukkerland” en de “Omloop van Vogelwaarde”. Renners als Peter van Dijk, Maarten de Groot en Joan Bouw reden naar podiumplaatsen in deze categorie. Zijn zit op de racefiets werd regelmatig aangepast. Toen hij in 1984 bij de junioren reed bestond de selectie van “Buitenlust” uit maar liefst zeventien renners. “Wimke” nam deel aan de Ronde van Belgisch Limburg en werd geselecteerd voor de meerdaagse “Ster van Haspengouw:”. In het shirt van clubsponsor Sondag Mengvoeders waren o.a. de Lieropse renners Heinz van der Schouw en Mark van Horik zijn ploegmaten. Bij de junioren kon hij de wedstrijden eveneens met moeite uitrijden. De overstap naar de amateurs zag van de Meulenhof dan ook niet zitten. Vreemd genoeg lukte uitrijden in die categorie ineens wel. “Ik ben dat jaar vijftien, centimeter gegroeid”, verduidelijkte hij. “Ik werd ook sterker, ik had wat minder moeite met het verzet. Ambities om prof te worden heb ik pas gekregen tijdens mijn militaire dienst. Uit een sporttest in Utrecht bleek dat ik een sterk lichaam had. Sinds ik dat wist, wilde er ook het maximale uithalen.” Pas in het midden van de jaren tachtig toen hij een paar jaar amateur was ging het beter. Toen had Wim van de Meulenhof zijn lichamelijke achterstand ingehaald. Hij zou veertien jaar lang de roodwitte clubkleuren van “Buitenlust” dragen. Vier jaar lang reed hij in het clubshirt van “Buitenlust” bij de amateurs de huidige “elite zonder contract.” In 1986 bestond de groep amateurs binnen onze vereniging uit een dertigtal coureurs. Dat jaar lazen we in ons clubblad “Het Verzetje” dat hij in de Luikse sterritten al opvallend goed omhoog reed Op 21 jarige leeftijd ging hij op full-time basis fietsen. In 1988 kwam “Buitenlust” met een sterk team in de toenmalige KNWU-promotiecompetitie uit. De vereniging had grootste plannen met een mogelijke promotie naar de topklasse. Voor Wim kwamen de eerste voorzichtige successen: een tweede plaats in het clubkampioenschap, in Mierlo en in het Belgische Bierset bleken de voorbodes van een succesvolle wielerloopbaan. Ook in de Dr Pepper Race stak hij met een twaalfde plaats voor het eerst zijn neus aan het klassieke wielervenster. In die periode was hij overdag werkzaam als metselaar en moest ’s avonds met het lampje vóórop de racefiets zijn trainingskilometers maken met het groepje waarbij ook o.a. de broers van Dijk, Engelbert van Horik, Piet Kessels en wijlen Ad Verhujsen meetrainden. “Ik denk nog met veel weemoed terug aan deze periode” aldus de huidige sportschoolhouder. Toen al was hij vastbesloten: hij zou kost wat kost prof worden. Honderden, duizenden trainingskilometers werden er afgelegd om dit doel te bereiken. In 1989 zou hij overstappen naar de Eindhovense zustervereniging “Het Zuiden” waar het wedstrijdaanbod groter was. “Om hogerop te komen, moest ik wel van club veranderen”, verduidelijkte hij. “Ik ben naar Het Zuiden gegaan, omdat die vereniging meer in het buitenland actief was.” Tienmaal stond hij in dat jaar op het erepodium met als meest opvallende wapenfeit de tweede plaats in de “Dr Pepper Race” in Lierop. Toen Harrie van Gestel, sportcommissielid bij de KNWU, met het divisiesysteem voor het amateurwielrennen op de proppen kwam, vreesden veel clubs een massale uittocht van hun talenten. Dat die angst niet ongegrond was, ondervond “Buitenlust” in die periode aan den lijve. Eerst zag de begeleiding van “Buitenlust” Eddy Bouwmans naar “Het Zuiden” in Eindhoven overstappen en een jaar later hadden Mike Strijbosch en Wim van de Meulenhof die stap gevolgd. “Als Helmonder was ik het liefst lid gebleven van Buitenlust”, erkende Wim van de Meulenhof toen. In 1989 mocht de erelijst van van de Meulenhof er best al zijn. Weliswaar reed hij slechts éénmaal als eerste onder het finishdoek door: na een solo van zestig kilometer in het Belgische Hamont. Maar daar tegenover stonden een hele rits tweede en derde plaatsen in klassiekers, klimcriteriums en buitenlandse wedstrijden. Van de Meulenhof, die zijn sportactiviteiten in die periode combineerde met een avondstudie voor bouwkundig opzichter, had echter nog nooit een topklassieker gereden zoals de Ronde van Limburg of de Ronde van Overijsssel. “Voor de Ronde van Limburg heb ik geen schrik”, haastte hij zich toen te zeggen. “Daar komt het aan op eigen kracht. Waar ik wel tegenop zie zijn de waaierklassiekers. De brutaalsten gaan daar met de prijzen weg en brutaliteit kom ik tekort. Kwestie van zelfvertrouwen. Ik kijk nog té veel tegen anderen op. “ Op jacht naar een profcontract Om in elk geval verzekerd te zijn van een nog aantrekkelijker wedstrijdprogramma ging hij in het voorjaar van 1990 voor het tweede achtereenvolgende jaar van club veranderen. Hij ruilde “Het Zuiden” in voor “De Jonge Renner”. “Binnen twee jaar wil ik doorbreken” vertelde hij toen aan Susanne Groeneveld van het Eindhovens Dagblad. Wellicht zou oud-prof Frits Pirard, zijn nieuwe ploegleider bij De Jonge Renner, hierbij een rol kunnen spelen. “Ik begrijp dat de persoonlijke begeleiding bij mijn nieuwe club beter is dan bij mijn vorige clubs. Want techniek en tactiek heb ik allemaal zelf moeten leren. Het is een voordeel dat de onderlinge concurrentie bij mijn nieuwe vereniging groot is. Dat bevordert de motivatie. Bij De Jonge Renner wil ik de klassiekers in de topklasse gaan rijden.” De overstap naar de Oosterhoutse vereniging verraadde de ambities van de toen 23-jarige Helmonder. Hij wilde, in navolging van Eddy Bouwmans, als profwielrenner aan de slag. “Dat zal niet gemakkelijk zijn”, besefte hij. “Ik geef mezelf twee jaar de kans. Als het dan niet is gelukt ga ik me concentreren op een maatschappelijke carrière. Ik heb andere kwaliteiten dan Bouwmans; rijd iets minder gemakkelijk omhoog, maar ben rapper in de sprint. Over het afgelopen seizoen ben ik dik tevreden, maar als ik serieuzer voor de sport ga leven, moet er meer in zitten.” Het had Wim van de Meulenhof overigens weinig moeite gekost om een club in de hoogste afdeling te vinden, die wel wat in hem zag. “In de Omloop van de Mijnstreek heb ik even gesproken met Henk Dumoulin, de mecanicien van De Jonge Renner”, vertelde de Helmonder. “Die zou een woordje voor mij doen bij Ad Prinsen, de toenmalige ploegleider. Toen die mijn erelijst had gezien, was de zaak binnen vijf minuten beklonken.” Van de Meulenhof zou in de zomer van ‘90 vooral uitblinken in het hooggebergte. In mei eindigde hij als tweede in de “Tour du RoussilIon” in Zuid-Frankrijk. De zwaarste rit in deze etappekoers won hij. Een rood-witte bolletjestrui, die ingelijst in de huiskamer hing, herinnerde aan zijn eerste plaats in het bergklassement. In Franse kranten kreeg Van de Meulenhof een en al lof toegezwaaid. In de regionale Franse krant “l’Indépendent.” werd zijn prestatie door de Franse wielersportkenner Marcel Arcaix uitgebreid beschreven: “Deze van de Meulenhof is zeker uit het hout gesneden waaruit grote kampioenen voortkomen. De manier waarop hij zich op de hoogten van de Font Romeu liet gelden, zowel tactisch als fysiek. De Colombianen zullen nog vaak aan hem denken”, Volgens Wim van de Meulenhof zelf is deze zege in de koninginnerit van de Tour de Roussillon ook zijn mooiste overwinning. Die derde rit van die rittenkoers in Zuid-Frankrijk ging van Perpignan naar Font Roumeaux. Daar kwam Wim plotseling tot de ontdekking dat hij de Columbiaanse klimgeiten die meereden kon volgen. Sterker nog. Hij kon ze bergop van zich afschudden want hij won die rit. In het eindklassement van die wedstrijd werd Wim derde achter de Colombiaanse eindwinnaar Eduard Hernadez Ladino. Eind juli van datzelfde jaar zette Wim zijn klimcapaciteiten om in een overwinning in de uit zes ritten bestaande “Tour de Wallonie”. Zonder een rit te winnen, maar met twee tweede plaatsen won hij daar het eindklassement. In 1990 geloofde Wim van de Meulenhof heilig in een carrière als beroepswielrenner. Toen hij de Grote Prijs van Wallonië won en Franse kranten vol lof over hem schreven nadat hij in de Tour du Rousillon de complete Colombiaanse amateurselectie in het hooggebergte naar huis had gereden, was hij er van overtuigd dat tenminste één van de vier Nederlandse profploegen zich in Helmond zou melden. Dat gebeurde echter niet. Zijn profambities groeiden wel. De Helmonder zorgde er zelf voor dat hij een week met Buckler op stap kon. “Ik heb Jan Raas gewoon mijn uitslagen gestuurd”, vertelde de tekenaar, die in de avonduren studeerde voor bouwkundig ingenieur. “Eerst had ik Piet van de Kruijs al eens gepolst voor een plaats in de PDM ploeg, maar die liet meteen weten dat ik geen kans had. Daarna heb ik me via PR-man Harrie Jansen bij Raas gemeld, die me wel wilde testen in de EG-Ronde.” Dat moment staat met dikke letters in zijn wielerboek geschreven. Een moment ook waarna hij uiteindelijk zou worden afgewezen daar Jan Raas. Op het einde van dat wielerjaar kwam Wim in de wachtkamer bij Jan Raas. In de stille hoop dat hij alleen maar even een handtekening hoefde te zetten onder een profcontract, meldde Wim van de Meulenhof zich in september na afloop van de “Grand Prix de la Libération” in Eindhoven bij de ploegbaas. De Helmonder had toen een week eerder als gastrenner van Buckler de EG-Ronde gereden. Hij presteerde behoorlijk, maar kon de Zeeuwse ploegleider niet voldoende overtuigen. “We zitten vol”, kreeg van de Meulenhof in Eindhoven te horen. “Maar we blijven je wel in de gaten houden.” Dat was een bittere teleurstelling voor de toen 24-jarige amateur die graag de overstap naar de beroepsrenners gemaakt had. “Toen was ik teleurgesteld”, aldus de Helmonder. “De EG-Ronde ging best goed. De eerste paar dagen had ik moeite met het hoge tempo in de finale, maar vooral in de twee zwaarste etappes ging het lekker. Twee keer zat ik in de eerste groep. De ene keer eindigde ik als elfde, de andere keer als veertiende.” Van assistent-ploegleider Hilaire Vanderschueren kreeg van de Meulenhof niets dan complimenten. “Ik ben nu 24, misschien al te oud voor de overstap naar de profs. Maar zelf heb ik het gevoel dat ik nog veel kan groeien. Ik ben nog lang niet aan mijn top.” Dat er in de ploeg van Raas geen ruimte was voor Van de Meulenhof was op zich niet zo verwonderlijk. De Zeeuw contracteerde al drie amateurs. Jan Raas was slechts één dag in de EG-Ronde. Juist toen de individuele tijdrit moest worden verreden. “En dat is nou niet bepaald mijn specialiteit”, gaf Van de Meulenhof toe. De afwijzing van Raas was het cruciale punt in zijn carrière. “Had ik toen bij Buckler kunnen komen dan was ik waarschijnlijk uitgegroeid tot een heel goede prof en had mijn wielerleven er heel anders uitgezien.” Daarna gingen er van allerlei verhalen spelen. Wim van de Meulenhof zou niet voor zijn sport leven, Wim van de Meulenhof zou een lastig mannetje zijn. Waar ze vandaan kwamen die verhalen? “Hij was het er niet mee eens. Maar voor de buitenwereld kreeg van de Meulenhof meteen een stempel opgeplakt. Albert Stofberg diende zich vervolgens aan als bemiddelaar voor een profcontract. Van de Meulenhof reisde spoorslags naar Spanje, toen de voormalige veldritcoach hem een contract bij Festina voorhield. Maar van alle mooie beloften klopte weinig. Ontgoocheld keerde Van de Meulenhof naar Helmond terug. Zijn prestaties in dat jaar bleken toch nog onvoldoende voor een profcontract. Ondanks zijn verdere podiumplaatsen: de tweede plaatsen in de Omloop van de Houtse Linies en de wedstrijden in Neerkant, Wessem en Winnene in België. Opnieuw een stage In 1991 zou Wim voor wielervereniging “Breda-Knooppunt” kiezen waar hij in het lichtpaarse shirt drie jaar voor zou uitkomen. “Bij die club kon ik nog vaker naar het buitenland dan het jaar hiervoor”, motiveerde Van de Meulenhof zijn overstap. “Bovendien lag bij mijn vorige club teveel de nadruk op de wedstrijden in de topcompetitie.” In dat jaar won hij viermaal: de Duitse klassieker “Rund um Koln”, het officieuze klimkampioenschap van ons land in Geulle, in het Belgische Pepinster en een rit in de “Ruta de Jacobea.” Waar hij in de eindrangschikking vierde werd. Ook stond hij met een tweede plaats op het erepodium na afloop van de “Peelland Toer” rit in Helmond. Wim van de Meulenhof had de hoop op een profcontract in dat wegseizoen nog niet opgegeven. De op dat moment 25-jarige amateurwielrenner Wim van de Meulenhof hikte toen al twee seizoenen tegen de Nederlandse top aan. De Nederlandse klimkampioen wachtte echter nog steeds op een serieuze aanbieding van een profploeg. De maanden die volgden zouden daarom kunnen beslissen over de wielertoekomst van Wim van de Meulenhof. TVM-ploegleider Cees Priem gaf hem alsnog de kans om stage te lopen bij de profs. Als gastrenner reed Wim van de Meulenhof in ‘91 vanaf augustus onder meer de Grand Prix Isbergues, de Ronde van Piemont en Milaan-Turijn. “Ik reed niet slecht in de koersen, want ik werd in Isbergues 22e. Ik was echter niet super en kon me niet onderscheiden. Ik was goed als het bergop ging maar in de afdalingen kwam alles steeds weer bij elkaar”. Ook uit deze stage rolde geen vaste betrekking uit. “We moeten al zes renners buiten gooien”, verontschuldigde assistent-ploegleider Guido van Calster zich. “We kunnen geen amateurs zonder FlCP-punten gebruiken.” De contacten met profploegen bleven uit. Hij was er inmiddels wel achter dat het in die tijd verschrikkelijk moeilijk was om beroepsrenner te worden, realiseerde hij zich toen. “De ene na de andere ploeg stopt er mee. PDM, Buckler, Helvetia. Tien jaar geleden was ik al lang prof geweest. Als je toen als amateur klimkoersen kon winnen, was je verzekerd van een contract. Nu niet meer. Je moet echt uitzonderlijk sterk zijn om nog een kans te krijgen.” Van de Meulenhof, afgestudeerd als bouwkundig tekenaar, staarde zich toen niet meer blind op een profcontract. “Vorig jaar heb ik serieus overwogen met fietsen te stoppen”, bekende hij. “Op aandringen van een sponsor ben ik doorgegaan. Als ik prof kan worden, zal ik het zeker doen, maar het hoeft niet meer persé. Er is meer op de wereld dan fietsen. Ik ben op het moment druk bezig werk te zoeken.” In 1992 gloorde er toch weer hoop. De Helmonder was één van de kandidaten voor de Olympische Spelen in 1992. Dat had hij te danken aan een tweede plaats in de “Omloop van Henegouwen” en een zesde stek in de Milkrace. In de Britse etappekoers viel hij vooral op wanneer het bergop ging. De koninginnerit beëindigde hij als tweede. Wim hoopte daarom dat seizoen nog een goede uitschieter te kunnen maken. “Het liefst zou ik uitblinken bij het Nederlands kampioenschap in Meerssen,. Het parkoers is er te licht, ik rijd liever op de Slingerberg, waar vroeger het kampioenschap werd verreden. Op dit parkoers moet je je eigenlijk de hele wedstrijd sparen en pas in de laatste ronde je slag slaan. Je moet dus geduld hebben en dan in die finale geweldig kunnen uithalen”, opperde de Helmonder vlak voordat hij zou vertrekken naar de meerdaagse Milkrace in Engeland. “Deze veertiendaagse etappekoers is een prima voorbereiding voor het NK. Bovendien is het een ‘open’ wedstrijd, zodat er ook profploegen rijden. Wie weet kan ik me daar wel in de kijker rijden.” “Eerlijk gezegd sta ik er van te kijken dat bondscoach Kuijs mij in de gaten houdt”, verbaasde Van de Meulenhof. “Twee jaar op rij heeft hij mij niet geselecteerd voor het WK.”. “In de Milkrace heb ik bewezen dat ik de druk aankan. Ik stond al meteen hoog in het klassement. Die positie heb ik veertien dagen moeten verdedigen. Dat betekent steeds voorin zitten, geen groepjes laten wegrijden.” Van de Meulenhof wist dat hij tijdens het NK in Meerssen goed zou moeten presteren om bij Piet Kuijs in de smaak te vallen. Hij had zich liever in een etappekoers geprofileerd. “Maar ja, Barcelona is ook maar één dag”, begreep hij de keuze van Kuijs. “Ik weet niet hoe het parcours in Spanje is. De omloop van het NK is te licht voor mij. De afgelopen twee jaar heb ik er niet goed gereden. Je moet je dag hebben en een beetje geluk. Ik heb bovendien de pech dat ik als eenling tegen machtsblokken als Koga Miyata en de nationale selectie moet opboksen.” Van de Meulenhof wilde wel graag naar de Olympische Spelen, hoewel het evenement op zich hem weinig zei. “Ik word liever wereldkampioen dan Olympisch kampioen”, vertelde hij eerlijk. “Een wereldkampioen mag zich het hele jaar in een regenboogtrui hullen. De Olympische kampioen krijgt een gouden medaille en daarmee is het uit. Niettemin lijkt het me leuk de Spelen mee te maken. De renners die ons land op de Spelen hebben vertegenwoordigd zijn bijna allemaal prof geworden. Goede profs zelfs, dus dat belooft misschien nog wat.” Hij zou uiteindelijk voor de mondiale titelstrijd en de Olympische Spelen buiten de “selectie”boot vallen. Een criterium in Teteringen bleef zijn enige overwinning in dat seizoen. Deelname aan het wereldkampioenschap In 1993 kwam hij tot maar liefst acht overwinningen. De meest opvallende was het behalen van de wereldtitel mountainbike bij de vrije renners. In Helden-Panningen kreeg hij in de eerste maand van dat jaar een regenboogtrui uitgereikt. Internationaal deed van de Meulenhof het goed in dat wegseizoen: winnaar van de bergetappe in de Ronde van Slovenië, twee ritzeges bij onze oosterburen in de”Rheinland Pfalz Rundfahrt” de klassieker de “Omloop van Vogelwaarde”, de criteriums in Huybergen, Tilburg (Korvel) en in eigen woonplaats de rit in het kader van de “Peelland Toer” in Helmond. In het eindklassement van de Teleflex Toer werd hij tweede. Eenzelfde resultaat behaalde hij in de “Hel van het Mergelland.” In deze periode reed hij allerlei binnen- en buitenlandse overwinningen en ereplaatsen bij elkaar. “Ik won toen twee etappes in de toch zeer hoog genoteerde Ronde van Rheinland-Pfalz, maar blijkbaar was dat nog niet voldoende voor een profcontract.” Wim heeft jarenlang in het nationale Oranjeshirt vooral in het buitenland voor het nationale team gereden. Hij heeft de WK’s gereden in Sicilië (1993) en Oslo(1994). Zijn eindoverwinning in 1994 in de “Ronde van België” de reden geweest dat hij eindelijk als prof onder dak zou komen. Hij won in die ronde naast de eerste rit ook de zevende rit een klimtijdrit van zeven kilometer. Ook de ritzege in de “Omloop van de Vlaamse Gewesten” mocht er zijn. “Gelukkig heeft bondscoach Piet Hoekstra nooit het vertrouwen in mij verloren. Dankzij mijn plaats in de nationale selectie kon ik aan allerlei buitenlandse etappekoersen deelnemen en dat is toch de beste opleiding, die een wielrenner zich kan wensen. Twee jaar achtereen stond ik aan de start van het wereldkampioenschap. Maar door pech slaagde ik er niet in om me bij dat WK in de kijker te rijden”. Dat lukte in 1994 wel in de Ronde van Neder-Oostenrijk, waar hij op de derde plaats eindigde. “Als er geklommen moet worden, voel ik me altijd in mijn element. Dan heb ik moraal en kan ik nog mee afzien”, stelde Wim van de Meulenhof, die door die uitblijvende belangstelling van profploegen soms aan zichzelf begon te twijfelen. Op zo’ n momenten bleek zijn vrouw Judith een echte steun en toeverlaat. “Hij moet nog meer in zichzelf geloven. Hij is gewoon veel beter dan de meeste Nederlandse profs, ” beweerde zij onomwonden. In een zetel naar de profs Het duurde toch nog tot 1995 vóór Wim als beroepsrenner aan de slag kon bij de Belgische ploeg van het meubelbedrijf Zetelhallen. Van de Meulenhof tekende een éénjarig contract bij de ploeg van Caspard van Peteghem. De Helmonder kreeg nu eindelijk eens de kans om zijn kwaliteiten bij de profs te tonen. De ploeg zou in het voorjaar alle Belgische voorjaarsklassiekers rijden. Wim van de Meulenhof had in de winter daarvoor steeds meer aan zijn toekomst als wielrenner getwijfeld. “Natuurlijk droom ik nog steeds van deelname aan de Tour de France. Daarvoor zal ik dan toch in een grote ploeg moeten fietsen. Ik besef daarom, dat dit voor mij een unieke kans is. Met prestaties kan ik misschien wel een contract afdwingen voor een grotere ploeg en Van Peteghem zal me daarbij alleen maar steunen. Ik zie het als een uitdaging om de Nederlandse ploegleiders te laten zien, dat ze het helemaal mis hebben,” was zijn reactie. Een jaar daarvoor won hij de klimtijdrit en een rit in lijn in de Ronde van België. En dankte daaraan uiteindelijk ook de eindzege in deze rittenkoers. “Daar heb ik Wim van de Meulenhof voor het eerst aan het werk gezien en ik was enorm onder de indruk,” vertelde zijn ploegleider Caspard van Peteghem bij de ploegenvoorstelling. De Helmonder had lange tijd niets meer van hem gehoord totdat Van Peteghem half januari weer aan de telefoon hing. Spoorslags reisde Van de Meulenhof naar Belsele om een éénjarig contract te tekenen. Op zijn 28e maakte de Helmondse klimspecialist dan eindelijk zijn debuut in het profcircuit. Van de Meulenhof vond zichzelf beslist nog niet te oud. “Ik ben een laatbloeier”, zei hij. “Ik vind het zelf mooi op tijd. Er ligt nog een hele carrière voor me. Ik verwacht zeker nog een jaar of acht een goede coureur te kunnen zijn. Misschien heb ik een à twee jaar nodig om definitief door te kunnen breken. Dat is althans mijn doelstelling. Het kan natuurlijk zijn dat er niet veel van terecht komt. Maar te oud, nee, helemáál niet.” De rondborstige Belg stak al zijn vrije tijd in de opbouw van de profwielerploeg van Zetelhallen. “Ik zocht voor mijn ploeg een renner met klimmerskwaliteiten en Wim is zo’n renner. De meeste renners hebben schrik voor de heuvels en bergen, maar Wim niet. Hij zal in mijn ploeg daarom zeker in de klimkoersen beschermd worden en de steun krijgen van de hele ploeg”, beloofde van Peteghem plechtig. Van al deze beloften kwam niets in huis. Wim van de Meulenhof hoopte dat hij via de miniploeg van Zetelhallen zich in de kijker kon fietsen maar dat bleek een misrekening. In dat jaar kwam de eerstejaars prof niet tot een overwinning. In de “Circuit des Alpes” (als gastrenner bij Collstrop) werd hij veertiende. In eigen land was zijn vijfde plaats in de “Klauterkoers van Sweijkhuizen” zijn voornaamste prestatie. Hij was dat jaar dan wel eindelijk profwielrenner, maar zijn programma was nog vroeg in het seizoen al tamelijk onzeker. Welke voorjaarsklassiekers hij mocht rijden, was hem nog steeds niet bekend. Maar het startbewijs voor de Omloop Het Volk had hij wel binnen. Van de Meulenhof stond op dat moment een maand onder contract bij de kleine Belgische profploeg, Het programma,dat door ploegleider Van Peteghem beloofd was, herbergde in elk geval aardige wedstrijden. Van de Meulenhof ging ervan uit dat hij aan de start zou verschijnen van wedstrijden als Kuurne-Brussel-Kuurne), de E3-prijs van Harelbeke, de Brabantse Pijl en de Driedaagse van de Panne. “Of het er allemaal van komt? De ploegleider heeft ons ingeschreven voor die wedstrijden en verder is het maar afwachten. Als iemand van ons een keer een goede uitslag rijdt, zal het misschien wat gemakkelijk gaan om een startplaats te krijgen.” In de eerste maanden zou Van de Meulenhof de slag aan moeten gaan met veel beter getrainde renners van de grote ploegen. Toch was de voorbereiding van de Helmondse neoprof “niet slecht”. Hij maakte genoeg kilometers en organiseerde – op eigen kosten – een trainingsstage in Benidorm. In Spanje kwam hij in contact met de ONCE-ploeg. In Alex Zülle en Erik Breukink had hij aardige trainingsmaatjes. “Zij hebben straks al enkele grote wedstrijden in de benen. Ik zal een maand moeten koersen voordat ik dat wedstrijdritme ook te pakken heb. Maar dat komt wel, ik voel me goed.” Op het einde van dat seizoen was de teleurstelling echter groot: “Ik had mijn profdebuut natuurlijk ook anders voorgesteld”, begon Wim van de Meulenhof zijn verhaal. “Toen ik mijn handtekening zette onder het contract bij Zetelhallen werden mij gouden bergen beloofd. Ik zou de kopman zijn in de grote Belgische klassiekers, zoals de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Zetelhallen kreeg echter nooit een startbewijs voor die wedstrijden. Wij waren uitsluitend aangewezen op de zogenaamde kermiskoersen en dat zijn net de wedstrijden, die mij helemaal niet liggen. Ik moet heuvels of liever nog bergen hebben. Dan voel ik mij in mijn sas.” Ook buitenlandse etappewedstrijden werden door de ploeg nooit gereden waardoor Wim nooit in topconditie verkeerde. “Gelukkig kreeg ik via Willy Teirlinck van de Collstrop-ploeg nog een kans. Die had niet genoeg renners voor enkele zware Franse wedstrijden en daarom mocht ik als gastrenner mee. In de Classique des Alpes eindigde ik op de veertiende plaats en in de Dauphiné Libéré bezette ik de 23e plaats in het eindklassement. In de zware bergritten kon ik mij steeds bij de beste twintig handhaven.” Wim hoopte dat die prestaties hem aan een contract bij Teirlinck zouden helpen, want de oud-prof was na afloop lyrisch. Door een conflict met ploegleider van Peteghem kwam daar echter niets van terecht. De Zetelhallenploeg en de Collstrop-ploeg vielen namelijk onder dezelfde manager. Wim van de Meulenhof kreeg met zijn ploegleider een meningsverschil over het programma, dat hij moest afwerken. Hij stuurde hem iedere dag opnieuw naar een kermiskoers. “En dat kostte me dus iedere dag geld, want er was geen sprake van een reiskostenvergoeding. Ik reed daarom liever de Nederlandse criteriums, want dan kon ik een paar centen verdienen, Ik reed dus eigenlijk een dubbel programma en dat zat Van Peteghem dwars. Hij was niet te spreken over mijn resultaten in die kermiskoersen en ontsloeg me toen ik op een dag eerst startte in een kermiskoers en later op de dag in een criterium.” Het werd een vervelende zaak waarbij een advocaat werd ingeschakeld. In de laatste maanden van het seizoen had Wim geen cent salaris ontvangen. In de zomer reed Wim van de Meulenhof als gastrenner met de Italiaanse Ceramiche Refinploeg mee in de Profronde van Nederland. De avond vóór de start in Haarlem werd hij gebeId door de leiding van Refin, de ploeg van ondermeer Johan Capiot en Fabio Roscioli. Onvoorbereid” Ik werd ‘s avonds om zeven uur gevraagd of ik de volgende ochtend wilde starten. Ik had me helemaal niet voorbereid. Na mijn ontslag dacht ik toch weinig meer aan koersen toe te komen. Ik had twee weken amper getraind, vooral wat aan mijn huis geklust, maar ik dacht: ‘je weet nooit hoe een koe een haas vangt.” Maar het ging helemaal niet goed. “Ik had geen kracht in de benen”, zei Van de Meulenhof, die tijdens de slotetappe in Limburg voortijdig af moest stappen. Op het einde van zijn debuutseizoen bij de broodrijders schreef de Helmonder brieven naar alle grote ploegen. In die brief stelde hij zichzelf voor door middel van een uitgebreide prestatielijst. Die open sollicitatie bereikte onder meer de ploegleiders van Telekom, Brescialat, Once, Mapei. Lotto en Festina, maar een contract bleef uit.” Van de meeste teams kreeg hij geen antwoord. Alleen Festina stuurde netjes een brief terug. Wim had de hoop op een nieuw profcontract al opgegeven en hield zich maandenlang bezig met de verbouwing van mijn huis. Hoopvolle toekomst als prof De toen 29-jarige Helmondse wielrenner Wim van de Meulenhof tekende op de valreep van het oude jaar nog een profcontract bij de nieuwe Foreldorado-Golff ploeg van Frits Schür. De Helmonder besefte als geen ander, dat dit voor hem het jaar van de waarheid zou worden. Als hij in 1996 niet tot grootse prestaties zou komen, kon hij zijn fiets wel aan de wilgen hangen. Maar zover was het volgens de gemotiveerde Wim van de Meulenhof nog lang niet.“In december hoorde ik, dat Frits Schür nog twee renners nodig had voor zijn nieuwe profploeg en toen heb ik de stoute schoenen maar aangetrokken, Ik heb hem nog eens gebeld en uiteindelijk kon ik nog voor de Kerst een contract tekenen”. In zijn nieuwe ploeg hoopte Wim van de Meulenhof wel de kans te krijgen om zich waar te maken. “In het debuutjaar als prof moest er gewoon geld bij. Gelukkig heb ik nog een baan, maar je kunt zo natuurlijk niet jarenlang blijven aanmodderen. Zijn vrouw Judith zag ook toekomst. “Ik geloof nog in hem en die morele steun had hij de afgelopen maanden hard nodig”. ” Tot nu toe ziet het er allemaal veelbelovend uit”, vulde Wim van de Meulenhof zijn vrouw aan. “We hebben een leuke ploeg met sterke renners, zoals Eddy Bouwmans, John Talen en Wiebren Veenstra. De sfeer in de ploeg is uitstekend en we trainen veel samen. Het is een ploeg met ambities en dat merk je aan alles. We bereiden het seizoen in Spanje voor met een trainingskamp van twee weken en daarna rijden we de Ronde van Mallorca, de Ronde van Valencia, de Ruta del Sol en de Ronde van Murcia. Er bestaat zelfs een grote kans, dat we in september mogen deelnemen aan de Ronde van Spanje. Daar kijk ik nu al naar uit”, verklapte de Helmonder. Van de Meulenhof begon het seizoen goed, maar kreeg vrij snel te kampen met een blessure aan de achillespees. Hij werd door dokter Van den Hoogenband in het gips gezet en was twee maanden uit de roulatie. Na zijn rentree in de Alpenklassieker was de rittenkoers in Oostenrijk zijn eerste serieuze testcase sinds maanden. Zijn eerste profsucces boekte de Helmonder in deze Ronde van Oostenrijk. “Het Eindhovens Dagblad beschreef deze overwinning. “Tirol – Het heeft anderhalf jaar geduurd, maar Wim van de Meulenhof heeft dan eindelijk zijn eerste overwinning als profwielrenner te pakken. Van de Meulenhof was gisteren de sterkste in de zevende etappe van de Ronde van Oostenrijk die het peloton van Lienz naar het plaatsje SanktJohann (Tirol) voerde. Na 143 kilometer bleef de renner van Foreldorado-Golff in de eindsprint de baas over zijn medevluchter Müller. De Oostenrijker was dertig kilometer voor de streep weggesprongen. In een steile beklimming voegde Van de Meulenhof zich korte tijd later bij hem. Vooral Mapei GB maakte daarna jacht op de leiders. In de laatste tien kilometers – over vlak terrein was van een georganiseerde achtervolging geen sprake meer. Op de meet hadden Van de Meulenhof en Müller nog tien tellen voorsprong. Met een half wiel verschil was de Helmonder de sterkste.” Van de Meulenhof die in die week zijn 30e verjaardag zou vieren. “Ik voelde al meteen dat ik vandaag supergoeie benen had. In de laatste kilometers heb ik ‘m wel zitten knijpen. We hebben met z’n tweeën vol doorgereden, maar eigenlijk dacht ik dat we het nooit zouden redden. Gelukkig hadden we net genoeg over en was ik rapper”. Tijd begint te dringen De tijd begon een jaar later te dringen voor Wim van de Meulenhof. De voorbereiding op het nieuwe wielerseizoen verliep weer eens niet vlekkeloos. Maar Wim van de Meulenhof was tegenslag wel gewend. In het voorjaar verscheen van de Meulenhof met frisse moed aan de start van de semi-klassieker Omloop Het Volk, de traditionele openingskoers in de lage landen. Ondanks de rustperiode in december reed Van de Meulenhof een acceptabel voorseizoen. In het eindklassement van zowel de Ronde van Mallorca als de Ruta del Sol was hij de beste Nederlander. Met een verkoudheid keerde hij terug uit Spanje. Tijdens de presentatie van zijn ploeg Foreldorado-Golff voelde hij zich niet topfit. Met zoon Teun (toen vier maanden) op de arm relativeerde hij in Putten zijn seizoensstart. ” Vorig jaar begon ik ook goed, maar toen kreeg ik snel last van mijn knie”, aldus van de Meulenhof. “In december deed die knie weer veel pijn. Van dokter Van den Hoogenband mocht ik drie weken niets doen. Daarna was het gelukkig ook echt over. In Mallorca reed ik meteen goed. Misschien dat ik straks wel een terugslag krijg omdat mijn basisconditie niet voldoende is. Die moet ik nu nog verder opbouwen.” Hij vond het jammer dat hij niet echt een groot buitenlands programma zou gaan rijden. “Voor mij moet het onderhand wel gaan gebeuren”, zei Van de Meulenhof. “Ik zal veel moeten afzien. Vroeger kon ik echt heel diep gaan, alles voor dat ene doel: prof worden. Nu betrap ik me ‘s avonds op de hotelkamer wel eens op de gedachte: “als ik nou 300 meter had doorgetrokken, had ik misschien kunnen aanklampen”. Daar baal ik dan van. Eigenlijk ben je maar een dag of vijf per jaar echt super. Voor de rest is wielrennen een kwestie van veel pijn lijden.”Van de Meulenhof zou met Foreldorado-Golff dat jaar veel in Nederland en België rijden. Zelf richtte hij zich vooral op de Ronde van Oostenrijk, Circuito Montanes en de Teleflextoer. In al die etappekoersen waren immers heuvels en bergen opgenomen: zijn geliefde terrein. Volgens zijn toenmalige ploegmaat John van den Akker uit Veldhoven was er in ons land geen betere klimmer dan Van de Meulenhof. “Ik durf rustig te zeggen dat er naast Eddy Bouwmans geen enkele Nederlander is die zo gemakkelijk bergop rijdt. Ook Breukink en Boogerd niet. Met zijn karakter kan Wim zich echt het lazarus rijden. Dat is meteen ook zijn probleem. Hij wil altijd meer, forceert zich vaak en dat leidt weer tot blessures”, aldus Van den Akker, de wegkapitein bij Foreldorado-Golff. Van den Akker meende dat zijn Helmondse ploegmakker soms wat meer zijn verstand zou moeten gebruiken. “Dat klopt misschien wel. Ik vlieg er altijd in”, zei Van de Meulenhof. “De laatste dagen was ik grieperig. Toch heb ik dan de neiging om te gaan trainen. Maar ik hoorde van andere jongens dat dat niet verstandig is. Dus heb ik vier dagen helemaal niet op de fiets gezeten. Dat is het beste. Vroeger wilde ik alleen maar rammen.” De tijd zou dringen, besefte ook Van de Meulenhof,. “Ik zou zo graag nog een keer in een grote ploeg rijden. Alleen al omdat ik dan financieel eens wat terug zou kunnen zien van mijn investeringen in de afgelopen jaren. Toen ik vroeger samen reed met mannen als Willem Peeters en Nico Mattan waren zij geen haar beter. Maar nu ze bij Mapei zitten, rijden ze als gekken. Ik had dat ook graag eens meegemaakt,” verzuchtte van de Meulenhof. Hij had een onbevredigend gevoel over zijn profcarrière die in 1997 zijn derde seizoen was ingegaan. “Ik heb er sowieso nog niet uitgehaald wat erin zit. Ik reed meestal buitenlandse etappekoersen vaak heel goed, maar ik kwam nooit echt in de schijnwerpers. Daardoor ben ik te laat prof geworden. Dat is mijn pech. ” “Het is zonde dat het nu alweer is afgelopen”, zei Van de Meulenhof over zijn twee jaren bij Foreldorado-Golf. Eigenlijk had hij zich nooit echt beroepsrenner gevoeld. “De afgelopen jaren heb ik zoveel amateurkoersen gereden. Stond ik daar weer, net als in mijn amateur-tijd. Ik had graag een keer de kans gehad in een echte grote ronde, waarin je je in de kijker kunt rijden. Bijvoorbeeld in de ronden van Zwitserland of Spanje.” Van de Meulenhof heeft moeilijk kunnen accepteren dat Foreldorado-Golff nu eenmaal een “tweede-divisieploeg” was. Volgens hem was de ploegleiding mede verantwoordelijk voor het in zijn ogen magere programma. “Kijk, in plaats van Peter Verbeek had ik liever Jacques Hanegraaf of Hennie Kuiper als ploegleider gehad. Die hadden denk ik een programma opgesteld dat veel buitenlandser was, veel ambitieuzer ook. Dit jaar heeft Gerrie van Gerwen alle touwtjes in handen gehad.” Met ploegleider Peter Verbeek boterde het de laatste maanden van ’97 niet meer. “In de Ronde van Nederland liep het fout. Peter vond dat wij in de koers te weinig ondernamen. Hij was al een paar dagen nukkig en toen ik vroeg ‘moet dat zo?’ werd hij kwaad. Hij vond dat ik maar naar huis moest gaan. Ik zei: je moest eens weten wat ik daar om geef. Die hele Ronde van Nederland kon me sowieso gestolen worden. Achteraf had ik daar wel spijt van. Het was gewoon kinderachtig van mij en ik heb ook geprobeerd het goed te maken.” Wim van de Meulenhof eiste van zijn voormalige ploeg Foreldorado-Golff een schadevergoeding ter waarde van enkele maanden salaris omdat niet op tijd een ontslagaanvaarding was ingediend. Een kantoorbaan onderbreekt wielercarrière Wim leek het in 1998 voor bekeken te houden. Een jaar eerder, in de Ronde van Nederland , toen bekend werd dat zijn ploeg Foreldorado-Golff zou stoppen, mompelde Van de Meulenhof al over een “opfriscursus bij het arbeidsbureau”. Hij zag voortzetting van zijn loopbaan als wielrenner in augustus van dat jaar somber in. Hij solliciteerde bij Cees Priem maar die werd nooit echt concreet. Dat gold ook voor de kleine Duitse formatie PSV Köln dat wel interesse toonde. Tijdens zijn verblijf in Australië, waar Van de Meulenhof deelnam aan de Commonwealth-classic, kreeg hij een fax van MGI. De ploeg wilde de lange Helmonder graag hebben. Hij verbond zich vervolgens aan de amateurploeg van De Jonge Renner. Bij de nieuwe hoofdsponsor van die ploeg, fietsenfabrikant MGI, zou de wielrenner voor 20 uur in dienst kunnen treden. Na het einde van Foreldorado-Golff, waar hij twee seizoenen als prof reed, zou hij eigenlijk als amateur verder gaan bij MGI. Maar dat bleek voor hem niet te combineren met zijn nieuwe kantoorbaan voor veertig uur. Toen hij namelijk op het einde van het wegseizoen nog steeds geen profaanbieding op zak had, had de Helmonder besloten om er maar mee te stoppen en op zoek te gaan naar een baan. Als bouwkundig tekenaar zou hij in de gewone maatschappij beslist wel aan de slag kunnen. Eerder had hij al gesolliciteerd bij Knoops in Mierlo naar een baan als fietsenmaker. “Die vond het zonde, als ik met fietsen zou stoppen en hij bood daarom aan mij financieel te ondersteunen. Zodat ik het nog een seizoen kon proberen.” In dat jaar had hij wel een licentie als elite zonder contract bij “De Jonge Renner” maar hij reed nauwelijks meer. Als onroerend goed beheerder ontbrak hem gewoon de tijd die hij nodig had om met zijn sport bezig te zijn. “Een jaar lang heb ik op kantoor gewerkt. De muren kwamen op mij af. Ik vond daarna een andere baan bij een sportschool en ben toen voor mijn lol weer gaan fietsen. Dat was een perfecte combinatie.” Zijn tweede jeugd Toen hij in januari ‘99 weer zonder werk kwam te zitten, ging hij “voor het plezier’ weer fietsen. Vervolgens belde hij MGI ploegleider Arthur van Dongen met de vraag of er voor hem nog een plaatsje vrij was. Van Dongen had zijn twijfels. Hij besloot de Helmonder echter een kans te geven en had daar bepaald geen spijt van. “Ik zit veel beter in mijn vel dan vorig jaar”, zei hij “Ik ben geen jongen voor op het kantoor. Ik ben een vrije jongen en als wielrenner heb je veel vrijheid.” Van de Meulenhof combineerde de sport met een parttime baan als barmedewerker in een sportschool. Het beviel hem perfect. “Als ik zie hoe ik vandaag met die profs mee kan rijden en ook mee toonaangevend kan zijn… Pure klasse toch. Alleen in de finale merk je dat je toch minder koers hardheid in de benen hebt. Dat komt gewoon omdat die andere renners een beter programma rijden.” Als amateur zou hij bij MGI naast veel Nederlandse amateurwedstrijden ook rijden in etappekoersen in Frankrijk, Spanje, Duitsland en Oostenrijk. “Ik heb nog steeds geen hekel aan het fietsen. Als ik er echt van zou balen, was ik wel gestopt. Ik ga nog een jaar door, misschien wel twee.” Des te opmerkelijker was zijn terugkeer op de eerste rijen in 1999. De MGI-ploeg bereidde op het Nederlands wegseizoen met een trainingskamp in Zuid-Frankrijk, waar ook werd deelgenomen aan een aantal wedstrijden. De Tour de France rijden bleef in zijn hoofd spelen. Zeker nadat hij er in het Limburgse Gulpen in slaagde nationaal kampioen bij de elite zonder contract te worden. De toen kersverse drager van de nationale driekleur: “Na het kampioenschap in Gulpen ben ik toch weer in de picture voor een profloopbaan. Ik heb een gesprek met Piet Hoekstra van Batavus en het schijnt dat ze bij MGI grootste plannen hebben voor de toekomst. Zelfs om binnen twee jaar uit te groeien naar een trade team I. Dat zou mijn laatste kans zijn om een Tour te rijden. Te oud? Ben je gek.. Kijk naar Ludo Dierckxsens en werd Zoetemelk ook geen wereldkampioen toen hij al heel ver in de dertig was.” Tussen de tweestrijd Rabobank en TVM liet de Helmondse klimmer zich als enige “amateur” niet mangelen tijdens het NK. Zijn kampioenstitel in Gulpen verdiende hij dan ook dik. Hij liet zien dat je ook met een baan erbij sport kunt bedrijven op het allerhoogste niveau als je maar voldoende talent hebt. “Wieler Revue”was vol lof : “Na Jan Nolten hebben we nooit meer zo’n mooie en ranke klimmer gehad als Wim van de Meulenhof. Hij is één van de beste klimmers van Nederland. Zelfs beter dan Rooks en Theunisse ooit waren.” Bij zijn Nederlands Kampioenschap bij de elites zonder contract heeft Wim een mooi verhaal. Als enige eliterenner zonder contract kon hij mee met de kopgroep die de wedstrijd op het lastige parcours in Gulpen bepaalde. Uiteindelijk reed uit die kopgroep Maarten den Bakker naar de zege en zijn tweede Nederlands Kampioenschap. Wim kwam alleen en als negende over de eindstreep. Hij had best bij het groepje voor hem kunnen blijven en misschien ook we korter kunnen rijden als negende. “Maar dan waren de foto’s niet zo mooi geweest” vertelt hij nu daarover. Ter illustratie van Wims’ klimmersbenen: als tweede en derde elite zonder contract kwamen Harm Janssen op ruim vijf minuten en Coen Boerman op zes minuten binnen. “ Helmonder Wim van de Meulenhof (33) Nederlands kampioen bij elite-zonder-contract” was de kop boven het artikel van de hand van John Graat. “Door een curieuze tuimeling in de berm leken de riante kansen van Wim van de Meulenhof op de Nederlandse titel voor elite zonder-contract in rook op te gaan. De lange Helmonder zelf dacht er even hetzelfde over. “Ik dacht: ik sta niet meer op.” Hij bedacht zich snel en stapte toch weer op zijn fiets. De remblokjes bleken vast te zitten, maar dat euvel was snel verholpen De beloning volgde. In het schaduwkampioenschap’ bleef hij zijn concurrenten Coen Boerman (zilver) en Stefan van Dijk (brons) op de streep 3,5 minuut voor. En dus stond Wim van de Meulenhof in Gulpen naast Maar ten den Bakker, kampioen bij de profs, fier op de hoogste trede van het podium het rood-wit-blauw om schouders. Ten overstaan van de notabelen en de bobo’s op de VIP-tribune was Van de Meulenhof op het podium, in de microfoon, best bereid om te vertellen hoe zijn lelijke schuiver richting de struiken eigenlijk tot stand was gekomen. “Ik zag er een paar demarreren en dacht: daar moet ik achteraan. Ik ging op de pedalen staan maar toen ik aanzette, schoot ik ineens uit mijn trapper…’ En toen? vroeg speaker Cees Maas. “Toen kwam ik mijn ballen op de stang.” Van de Meulenhof kreeg de lach niet meer van gezicht. “Och man, dit is toch hartstikke mooi?” Vooral zijn overwinning op 1 mei van dat jaar in de Ronde van Overijssel had hem het zelfvertrouwen gegeven om één van zijn beste seizoenen te rijden. Begin juni won hij in Spanje de tweede rit en het eindklassement van de Volta a Taragona. Maar het hoogtepunt van dat seizoen was toch zijn overwinning in het Nederlands Kampioenschap. Later dat seizoen won hij nog twee ritten in de ronde van Luik. Een rentree bij de profs leek mogelijk. “Het zou toch prachtig zijn als ik mijn carrière kon afsluiten met het rijden van de Tour de France, Ooit een van mijn grootste wensdromen!” Aan het woord was de kersverse kampioen van Nederland bij de elite zonder contract. In ’99 was Wim drieëndertig en zat nog steeds boordevol ambitie. Hij reed weer als een speer, terwijl hij eigenlijk het jaar daarvoor al een punt achter zijn carrière had gezet. En nu ambitie om de Tour te rijden? Dit vraagt om uitleg. Wim van de Meulenhof: “Dat klopt allemaal, vorig jaar liep mijn contract bij MGI-De Jonge Renner af en dacht ik het is mooi geweest Wim. Maar ploegleider Arthur van Dongen haalde me over en wilde me nog een kans geven, zodat ik er in de Ronde van Noord-Holland weer bij stond. En het ging meteen perfect, zo goed zelfs dat ik de Ronde van Overijssel op mijn naam schreef. Wim van de Meulenhof die een vlakke klassieker wint, kun je het voorstellen?”. De vroegere metselaar/wielrenner werkte toen parttime in een sportschool als gastheer in de receptie. Mensen ontvangen, een biertje tappen. “Een mooie baan voor hem”, vond wielerjournalist Herman Harens in “Wieler Revue Nationaal” Zijn tweede jeugd was mooier dan hij ooit had durven dromen. Wim haalde tijdens zijn “tweede jeugd” regelmatig de krantenkoppen: “Tarragona – Wim van den Meulenhof heeft de Ronde van Tarragona op zijn naam geschreven. De Helmondse amateurwielrenner uit de MGI-ploeg bleef in het eindklassement van de Spaanse rittenkoers voor topamateurs de Spanjaard Tomas Valls voor. Van den Meulenhof won de tweede etappe door de sprint van drie man te winnen. De eindzege was voor van de Meulenhof, die vorige week ook al in de Ronde van Overijssel zegevierde zijn derde overwinning van dit seizoen. In de Ronde van Limburg werd hij vorige week derde. In de Ronde van Tarragona reden enkele sterke amateurploegen uit Frankrijk, Spanje en Duitsland.” Opnieuw prof In 2000 kon Wim van de Meulenhof nog één keer aan de slag als beroepsrenner bij Bankgiroloterij- Batavus. Het werd zijn laatste jaar, met nog enkele ereplaatsen en een deelname aan de Vredeskoers. Zijn beste resultaat was een derde plaats in de kermiskoers in het Vlaamse Melle. In de Bankgiroloterij-formatie had Wim van de Meulenhof in Kees Jeurissen en Paul van Schalen twee collega’s die ook in het clubshirt van “Buitenlust” hadden gefietst. De op dat moment 33-jarige Helmonder wilde vooral het plezier in het wielrennen, dat hij afgelopen jaar terugvond, zien te behouden. “Dan komen de prestaties vanzelf. Als jé teveel gefixeerd bent op de prestaties, raak je gefrustreerd. Dat moet ik zien te voorkomen. Ik wil ook graag iets terugdoen voor Piet Hoekstra. Hij heeft toch zijn hand voor mij in het vuur gestoken. Dankzij hem heb ik dit contract gekregen. Zijn vertrouwen wil ik niet beschamen.” Bij Bankgiroloterij was het niveau van de renners in de voorbereiding op het wegseizoen hem nog niet meegevallen. “Veel jongens zitten nog in de schoolbanken. Ze moeten nog, veel leren. Bij Foreldorado-Golff had je toch te maken met veel ervaren mannen. Het programma is natuurlijk ook niet op mijn lijf geschreven. Maar dat wist ik toen ik tekende. Hopelijk kan sponsor Bankgiroloterij de ambities voor de toekomst snel waarmaken. Dat zou voor mij gunstig zijn”, zei Van de Meulenhof die toen niet wist hoeveel jaar hij nog wilde fietsen. “Ik leef van jaar tot jaar:’ De klimmer Wim van de Meulenhof had ploegleider Piet Hoekstra in het voorjaar nog niet kunnen overtuigen. “Er is een verschil tussen meerijden en winnen.” Wim Van de Meulenhof zelf twijfelde ook of hij voor een etappekoers als de “Ster der Beloften” klaar was om het klassement te dragen. Voor de proloog had hij al geen tijdritfiets ter beschikking gekregen. Zijn lange lichaam bracht de constructeur van Batavus in problemen. Wim van de Meulenhof hierover: “Ook al scheelt het maar vijf seconden, dat zijn er wel vijf teveel.” In dat voorjaar was hij al verschillende keren diep gegaan. “Maar als je dan al die duizenden mensen langs de kant ziet, kun je daar wel weer van genieten. Dat is weer mooi.” Spaarzaam waren de goede momenten in het voorjaar van 2000. Zoals in de Hel van het Mergelland. Of in Rund um den Henninger Turm , toen hij zich super voelde, maar de pechduivel met hem mee reed. Eerst viel hij, later brak spontaan zijn dérailleur af. Noodgedwongen moest hij de finale rijden met een veel te kleine reservefiets. Zijn optreden in de Vredeskoers had hem echter moraal gegeven voor de weken daarna. De proloog van Olympia’s Tour stond in Tilburg op het programma. ”Je weet niet wat er in Olympia’s Tour gebeurt. Al is het niet helemaal mijn wedstrijd. Dat waaierrijden, verschrikkelijk. Hoe ouder ik word, hoe meer schrik ik heb. Bang om te vallen. Gek genoeg heb ik dat in een afdaling niet. Dan heb ik het gevoel alles onder controle te hebben. In die waaiers storm je met honderd man als dolle honden naar een bocht.” Wim van de Meulenhof zocht al dat hele voorjaar naar zijn topvorm. De lange Helmonder zou zo graag nog iets moois maken van het seizoen waarin hij opnieuw een rentree maakte in het peloton als beroepsrenner. Hij zuchtte. “Vorm, tja. Wat is vorm? Vorm is als het lichamelijk èn geestelijk klopt. Als je heel veel zelfvertrouwen hebt, dan ben je in vorm. Ik zit daar nu al een tijdje tegenaan te hikken.” Zoals in de Vredeskoers. In de tweede etappe zat hij in de finale met vijf renners voorop. Hij kon het echter niet afmaken. “In de laatste kilometer, op het juiste moment, demarreerde ik. Ik sloeg meteen een gat. Achter mij zag ik een renner van Alessio komen die door een televisiemotor op sleeptouw werd genomen. Op zo’n tweehonderd meter vóór de streep haalde hij me in. Hij riep in het voorbijgaan nog een geldbedrag, maar dat had geen zin meer want daarachter kwam meteen de rest van de groep. Die vlogen nog allemaal over mij heen. Een gemiste kans.” Hij werd zesde, zoals hij in de Koninginnerit later eveneens zesde werd. “ Nu ik weer fulltime-prof ben, leg je jezelf een bepaalde druk op. Ik word nu betaald om te presteren. Als dat niet lukt, raak je gefrustreerd. Waarom het er niet uitkomt, kan honderd-en-één redenen hebben. De ene keer is het een mentale kwestie, de andere keer willen de benen niet. De geluksfactor speelt ook een rol. Als ik in de Vredeskoers net wel die etappe win, ben ik er misschien doorheen. ” Wielrenner zijn is vaak een mooi vak, zei Van de Meulenhof. Maar vaak ook niet. “Soms is het alles, vaak is het niets. Als de inspanningen zich niet vertalen in succes is het een verschrikkelijk vak. Je traint je te barsten, afzien, afzien, maar de beloning blijft uit. Je vraagt je dan wel eens af waar je het voor doet. En zelfs als je goed rijdt, is het zwaar. Ik heb in de Vredeskoers best goed gereden, maar toen ik over de finish kwam was ik echt geen gelukkige jongen.” Eind juni volgde zijn laatste NK in Gulpen. Een jaar eerder had hij nog de titel bij de elite-zonder-contract veroverd, één van de hoogtepunten van zijn carrière. Na de wielerloopbaan Op het einde van 2000 leek er dan toch een einde te komen aan zijn wielerloopbaan toen het contract met Bankgiroloterij-Batavus niet werd verlengd. Samen met plaatsgenoot Paul van Schalen zou hij voor de Duitse profploeg Team Cologne uitkomen. Maar het moraal was zoek waardoor hij de fiets aan de wilgen hing. Soms vonden we zijn naam nog terug in de uitslagen van de woensdagavondwedstrjden van de Wielervereniging Amateursport Nederland. Misschien was Wim van de Meulenhof, getuige zijn lange carrière op de fiets, wel teveel iemand die graag fietste. Als je hem nu bezig ziet in zijn sportschool in Bakel tijdens de spinninglessen, met achter zich een ingelijste rood-wit-blauwe trui en een Spaanse leiderstrui, dan kun je niet anders als vaststellen dat hij een echte sportman was en is. Een sportman in hart en nieren. Door zijn sportcarrière ging Wim in de wintermaanden fitnessen. Na zijn carrière als wielrenner is Wim begonnen als fitness instructeur in de sportschool waar hij trainde na het behalen van de nodige diploma’s. Het leek hem een uitdaging om een eigen sportschool te beginnen. Hier kon Wim zijn ervaring van wielrennen (spinning) en fitness kon combineren. Hieruit is B-Fit Wim van de Meulenhof ontstaan. Wim, gelukkig getrouwd met Judith Koolen dochter van schaatstrainer Ad Koolen. Wim leerde Judith in ‘88 kennen op de ijsbaan. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk en hebben twee bloedjes van kinderen, Teun en Sophia. Men heeft Wim al eens gevraagd om te fungeren als ploegleider van de juniorenselectie van ons district en onlangs nog als opvolger van Arthur van Dongen bij zijn oude wielervereniging De Jonge Renner. Voor een ondernemer is dat praktisch niet te organiseren als je daarvoor steeds de knip op de deur van je sportschool moet doen. Hoewel hij, gelet opzijn ervaring, wel een oud-renner is die zich met hart en ziel in de begeleiding zou kunnen storten. Enkele jaren geleden zagen we hem regelmatig op de baan van “Buitenlust” toen het leek alsof zijn zoontje Teun in de voetsporen van zijn vader zou willen treden bij de jeugd van “Buitenlust.” Bronnen: Wieler Revue Nationaal (Herman Harens), Eindhovens Dagblad (Susanne Groeneveld, John Graat), Traverse (Wim Amels). Met dank aan Wim Dekker voor het beschikbaar stellen van de uitslagen.